weidehof krimpenerwaard weidevogels

Weidevogels

Met zijn weilanden, sloten, plassen en begroeiing vormt de Krimpenerwaard een ideaal leefgebied voor weidevogels. Maar de weidevogelpopulatie staat onder druk. Weidehof Krimpenerwaard zet zich samen met de agrariërs in voor het behoud van onze bijzondere weidevogelpopulatie.

 

De bekendste weidevogels vormen samen de zogeheten ‘Big Five’: de Grutto, Kievit, Tureluur, Scholekster en Slobeend. Deze prachtige vogels hebben, samen met andere soorten, van de Krimpenerwaard hun thuis gemaakt. De waard telt tevens vele agrarische bedrijven. Wij streven naar een gezonde balans: een waard waarin boeren de ruimte hebben om te ondernemen, terwijl de weidevogelpopulatie in tact blijft.

 

Samenwerking

Dit doen wij in nauwe samenwerking met het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard, het coöperatief waarin de boeren uit onze streek vertegenwoordigd zijn. Om het de weidevogels naar de zin te maken, worden er bijvoorbeeld plas-dras locaties aangelegd; drassige gebieden waarin weidevogels graag verkeren. Ook maken we gebruik van een drone met thermische camera om de nesten van weidevogels in kaart te brengen. Deze kunnen dan worden beschermd wanneer het land wordt bewerkt. Zo kunnen de agrarische bedrijfsvoering en weidevogels in harmonie met elkaar samen leven.

 

Vrijwilligers van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVWK) spelen een belangrijke rol in de bescherming van de vogels. Zij helpen bij het in kaart brengen van de nesten en vormen zo de oren en ogen in het veld. Voor het extra werk dat agrariërs doen met het oog op weidevogels, kunnen zij een vergoeding ontvangen.

 


 

Pakket: Legselbeheer

Doel:

Het zoeken van de nesten en daarna beschermen totdat de uitgekomen legsels vlieg vlug zijn.

Beheer eisen:

  • Er wordt gezocht. Gevonden nesten worden beschermd en gevrijwaard van alle landbouwkundige bewerkingen.
  • Gevonden nesten worden geregistreerd.
  • Bij maaien wordt om het nest heen gemaaid minimaal 502 meter laten staan met een straal van 3.5 meter (dus alle kanten 3.5 meter van het nest af).
  • Bij een rustperiode bij bouwland vinden er geen bewerkingen plaats tussen 15 april en 15 mei.

Beheer voorschriften:

  • Gevonden nesten worden gemeld bij het collectief
  • Gevonden nesten op bouwland worden tijdens bewerkingen verplaatst.
  • Als er bij bouwland met rustperiode voor 15 april nesten gevonden worden begint de rustperiode vanaf het moment dat er legsels zijn geconstateerd.

 


 

Pakket: Grasland met rustperiode

Doel:

De rustperiode in grasland heeft als doel de weidevogel de kans te geven te broeden en dat de kuikens vlieg vlug kunnen worden.

Beheer eisen:

  • Rustperiode van 1 april tot 1 juni
  • Geen beweiding en bewerking in rustperiode
  • Bij pakketten voorweiden wordt vanaf 1 maart tot rustperiode niet gemaaid.

Beheer voorschriften:

  • Na rustperiode niet maaien als er nesten of niet vlieg vlugge vogels aanwezig zijn. (uitstel maaidatum wordt vergoed).
  • Streven naar trage groei van het gras in de rustperiode.

 


 

Pakket: Plas dras

Doel:

Met plas dras willen we een foerageer gelegenheid creëren welke voor vogels (in het bijzonder de grutto) aantrekkelijk is.
Door de drassige grond zijn wormen e.d. gemakkelijk te bereiken.

Beheer eisen:

  • De beheer eenheid, een perceel of een gedeelte van een perceel is 100% drassig
  • De beheer eenheid is 100% drassig in de periode die afgesproken is.

Beheer voorschriften:

  • Als de beheereenheid een perceel is moet minimaal 60% van de oppervlakte van het perceel een laag water staan tussen de 5 en de 20 cm.
  • Bij greppelplasdras moet op minimaal 60% van de oppervlakte van het perceel tenminste 5 cm. water staan.
  • Bij greppel plas dras last-minute tussen 1 mei en 1 augustus wordt de begindatum duidelijk vermeld in de overeenkomst.
  • Bij greppel plas dras last-minute is een rustperiode van 3 tot 8 weken verplicht.

 


 

Pakket: Kuikenvelden

Doel:

Met kuikenvelden willen we het resultaat van legselbeheer vergroten door bij veel aanwezige legsels en kuikens een rust periode in acht te nemen.

Beheer eisen:

  • Een vast gestelde (last-minute) rustperiode van 2 tot 6 weken.
  • In de rustperiode geen bewerkingen en beweiding.

Beheer voorschriften:

  • Kuikenvelden in de vorm van stroken moeten minimaal 6 meter breed en 100 meter lang zijn.
  • Kuikenvelden worden niet voor 1 juni gemaaid.
  • Rustperiode is tussen 1 mei en 1 juli.

 


 

Pakket: Kruidenrijk grasland

Doel:

Kruidenrijk grasland is een goede leefomgeving voor weidevogels. Door de openheid van het grasland kunnen de kuikens zich gemakkelijk ontwikkelen. Door de kruidenrijkdom is het een prima foerageer gebied.

Beheer eisen:

  • Er wordt een rustperiode in acht genomen van 1 april tot 15 juni.
  • In de rust periode is geen bewerking of beweiding toegestaan.
  • Uitsluitend bemesten met vaste mest.
  • Chemische onkruidbestrijding op maximaal 10% (plekgewijs) van de beheereenheid.
  • Gewas minimaal 1 keer maaien en afvoeren.
  • Er moeten 4 indicatorsoorten aanwezig zijn uit de bijgevoegde lijst. De indicatorsoorten zijn aanwezig in de looplijn diagonaal over het perceel.

Beheer voorschriften:

  • Het grasland mag niet worden gescheurd, gevreesd of (her)ingezaaid worden.

 


 

Pakket: Kruidenrijke grasland rand

Doel:

De kruidenrijke rand heeft dezelfde doelstelling als kruidenrijk grasland. De vele randen van de percelen in de Krimpenerwaard geeft het een impuls aan de biodiversiteit.

Beheer eisen:

  • Vanaf 1 april tot 15 juni vinden in de rand geen bewerkingen plaats.
  • Minimaal 4 indicatorsoorten uit de lijst in het groeiseizoen.
  • Het gewas 1 keer maaien en afvoeren.
  • Plekgewijs chemische onkruidbestrijding maximaal 10% van de beheer eenheid.

Beheer voorschriften:

  • Geen bemesting in de rand.
  • Rand minimaal 1 meter breed.

 


 

Pakket: Extensief beweid grasland

Doel:

Door beweiding ontstaat er een bossige grasmat waarin kuikens en vogels goed kunnen foerageren en ontwikkelen.

Beheer eisen:

  • Beweiding is verplicht van 1 mei tot een afgesproken datum met vanaf 0.5 GVE/ha. tot 3 GVE/ha.

Beheer voorschriften:

  • Er is een rustperiode van 1 april tot 15 juni of 15 oktober.
  • In de rustperiode wordt de beheereenheid niet gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gevreesd, (her) ingezaaid, door gezaaid of bemest.
  • In de rustperiode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.

 


 

Pakket: Ruige mest

Doel:

Ruige (vaste) mest wordt ingezet om het bodemleven te bevorderen. Een goed bodemleven is belangrijk voor het foerageren van weidevogels.

Beheer eisen:

  • Bemesten met ruige mest wordt binnen 48 uur achteraf gemeld.

Beheer voorschriften:

  • 10 tot 20 ton per ha. per jaar.
  • De ruige mest wordt in een keer op de beheer eenheid gebracht voor of na de rustperiode van de betreffende beheer eenheid.
  • Bij melding wordt vermeld op welke beheer eenheid de mest is uitgereden.

 


 

Pakket: Nestgelegenheid Zwarte Stern

Doel:

Omstandigheden creëren dat de zwarte stern kan broeden en foerageren.

Beheer eisen:

  • Rustperiode van 1 april tot 1 juli.
  • In de rustperiode vind in de beheereenheid geen bewerkingen plaats en is beweiding niet toegestaan.
  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op max. 10% van beheereenheid.
  • Er zijn 4 indicatorsoorten uit bijgevoegde lijst aanwezig vanaf 1 april tot 1 juli.
  • Het gewas wordt minimaal 1 keer gemaaid en afgevoerd.
  • De gevonden nesten worden geregistreerd en gemeld bij het collectief.
  • De beheer eenheid wordt afgerasterd bij beweiding van het perceel.

Beheer voorschriften:

  • De rand van de beheer eenheid moet minimaal 3 meter breed zijn. Deze rand wordt niet bemest.
  • De afrastering wordt bij beweiding op het perceel minimaal 0.5 meter geplaatst vanaf de beheer eenheid.
  • De te plaatsen nest vlotjes worden voor 1 mei in de sloot geplaatst. De onderlinge afstand moet minimaal 4 meter zijn. Er worden minimaal 5 en maximaal 10 nestvlotjes uitgezet.
  • De nestvlotjes voor 1 september uit de sloot halen, schoonmaken en droog opslaan.
  • Chemische onkruidbestrijding pleksgewijs van akkerdistel, ridderzuring, jacobskruid en brandnetel.
  • Er wordt bijgehouden op hoeveel vlotjes er wordt gebroed en hoeveel jongen er uit komen.
  • Bij slootschonen de krabbenscheer vegetatie 40 tot 60% laten staan. Niet jaarlijks schonen.